Maranatha! Kom, Here Jezus!
De openbaring van Johannes, deel 3: Hoofdstukken 14-16
- Openbaring 14:1-5 De 144.000, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt. Zij, die
het Lam volgen, waar Hij ook heengaat. Het is duidelijk, dat hiermede degenen worden
bedoeld, die onder alle omstandigheden trouw zijn aan Christus en die Zijn geboden
onderhouden.
- Openbaring 14:6,7 Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen
en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.
De roep om God te vrezen, omdat het oordeel over de mensen is begonnen en om de Schepper
te eren. Najaar 1844 begon de hemelse tegenhanger van de Grote Verzoendag, de dag,
waarop de tempel werd gereinigd van de in het jaar verzamelde zonden van het volk.
(zie Leviticus 16:1-22). Wij eren de Schepper door het naleven van de Tien Geboden.
- Openbaring 14:8 Gevallen, gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de hartstocht
zijner hoererij al de volken heeft doen drinken.Geestelijke hoererij betekent, dat
men God ontrouw is. Hetgeen betekent, dat de kerken hun leer niet zuiver hebben gehouden
en dat zij andere leerstellingen hebben aanvaard.
- Openbaring 14:9-10 Indien iemand het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken
op zijn voorhoofd en op zijn had ontvangt, die zal ook drinken van de wijn van Gods
gramschap, die ongemengd is toebereid in de beker van zijn toorn. De boodschap is
zonneklaar. Ieder mens moet terdege nadenken, wie hij zal volgen. De verkeerde keus
heeft gevolgen voor de eeuwigheid. Zie Openbaring 13:11-18, waarin wordt verwezen
naar de economische boycot van hen, die niet meedoen met het vieren van de valse
sabbat.
- Openbaring 14:11 De gevolgen van ontrouw aan God. Wij zijn zo vrij, niet te geloven
in een eeuwige pijniging van de Goddelozen. Gedurende een bepaalde tijd lijden de
ongelovigen misschien wel, maar zeker niet eindeloos. Als God liefde is, dan is
het in tegenspraak met Zijn karakter om mensen oneindig lang te laten lijden. Het
lezen van dit vers in de oorspronkelijke taal kan een helderder inzicht geven in
de betekenis.
- Openbaring 14:12,13 De volharding der heiligen blijkt uit het houden van de geboden
Gods en het bewaren van het geloof in Jezus. Dit hoeft geen nadere uitleg.
- Openbaring 14:14-16 De oogst van het graan. Het verzamelen van de gelovigen.
- Openbaring 14:17-20 De oogst van de druiven. Het verzamelen van de ongelovigen. De
ongelovigen komen in de persbak van de gramschap Gods.
- Openbaring 15:1-4 Het lied van de overwinnaars. Dit zijn zij, die ook in de laatste
strijd trouw aan God zijn gebleven.
- Openbaring 15:5-8 De zeven schalen der gramschap. Hier wordt een verband gelegd tussen
de laatste zeven plagen en de gramschap van God.
De zeven laatste plagen
- Openbaring 16:1,2 De eerste plaag, een boosaardig gezwel, treft bewoners van de aarde.
Deze plaag treft hen, die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden.
Dit gezwel kan symbolisch zijn voor de zonden, die op dat moment ontdekt worden.
Zie bijv. Jesja 1:4-6.
- Openbaring 16:3 De tweede plaag. De zee als bloed van een dode. Alle leven in de
zee sterft. Alle niet gelovige mensen gaan ten onder in een geestelijke dood.
- Openbaring 16:4-7 De derde plaag. Het water van de rivieren en waterbronnen wordt
eveneens bloed.Vanwege het vergieten van het bloed der profeten wordt de mensen bloed
te drinken gegeven (onderlinge moordpartijen en oorlogen).
- Openbaring 16:8,9 De vierde plaag. De zon verzengt de mensen met grote hitte. Dit
zou kunnen slaan op het met kracht brengen van het evangelie met behulp van de Heilige
Geest ( zie Joël 2:28,29), waardoor de mensen zullen hongeren naar het Woord. (zie
Amos 8:11,12). De mensen echter lasteren God en bekeren zich niet en geven God niet
de eer die Hem toekomt.
- Openbaring 16:10,11 De vijfde plaag. De troon van het beest wordt getroffen en zijn
rijk verduisterd. De leiders van het rijk van het beest lijden aan hevige pijn en
aan gezwellen (zie de eerste plaag) en het rijk wordt verduisterd. Het licht van
het evangelie schijnt dus niet meer onder de volgers van het pausdom. Daardoor verliest
het pausdom de controle over haar volgelingen. Ook nu bekeren zij zich niet
- Openbaring 16:12 De zesde plaag. Het opdrogen van de Eufraat. Hierdoor wordt de weg
vrijgemaakt voor de koningen, die van de opgang der zon komen. Zoals het letterlijke
Babylon afhankelijk was van het water van de rivier de Eufraat, zo is het geestelijke
Babylon afhankelijk van haar aanhang. Het opdrogen van de Eufraat stelt hier dus
het slinken van de aanhang van de afvallige kerken voor. (Zie ook de oproep in Openbaring
18:4, waarin Gods ware volk wordt opgeroepen Babylon te verlaten.). De zon is het
symbool van Gods gerechtigheid en van de Messias.
- Openbaring 16:13-16 De drie onreine geesten uit de bek van de draak, uit de bek van
het beest en uit de mond van de valse profeet. Zij verzamelen de koning der aarde
voor de laatste strijd tegen God. De onreine geesten komen uit de duivel, het pausdom
en het afvallige Protestantisme. Door de samenwerking van deze drie machten worden
de koningen der aarde verzameld voor de grote strijd tegen God.
- Openbaring 16:17-21 De zevende plaag. Een grote aardbeving, waardoor de grote stad
in drie stukken uiteenvalt. Hagelstenen van een talent zwaar. De grote stad is Babylon,
het samenstelsel van God vijandige machten. Door de aardbeving worden de drie machten
(Pausdom, Protestantisme en Spiritisme) van elkaar gescheiden. De mensen lasteren
God vanwege de plaag. De laatste plaag stelt de wederkomst van Christus voor. Want
net als hagelstenen van 30 liter alles verwoestend zijn, is de wederkomst van Christus
dat voor hen, die tot dan tegen God hebben gestreden.