Hoewel in de christelijke kerken zowel de kinder- als de volwassendoop voorkomt, wil het er bij ons niet in, dat beide een Bijbelse fundatie hebben. Aangezien het “Er staat geschreven” onze enige weg tot het koninkrijk van Christus is, proberen wij ons standpunt hierop te baseren.

Hierbij daarom een aantal schriftuurplaatsen over de doop, die m.i. een duidelijke taal spreken.

  1. Jezus geeft ons de opdracht: “Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.” (Matth. 28: 19).
  2. Over de doop van Jezus vinden we in Matt. 3:16: “Terstond nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij op uit het water. En zie, de hemelen openden zich, en hij (Johannes de doper) zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op Hem komen”.
  3. Jezus zegt tegen Nicodémus:”Tenzij iemand is geboren uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.”(Joh. 3:5)
  4. Petrus antwoordt op de vraag “Wat moeten wij doen om behouden te worden”: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus. (Hand. 1:38).
  5. Nadat aan hem door Filippus het evangelie is gebracht, vraagt de kamerling: “Zie, daar is water; wat is er tegen, dat ik gedoopt word? Het antwoord van Filippus is m.i. zeer belangrijk. “Indien gij van ganser harte gelooft, is het geoorloofd. En hij (de kamerling) antwoordde en zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is. En hij liet de wagen stilhouden en beiden daalden af in het water, zowel Filippus als de kamerling, en hij doopte hem. (Hand. 8:36-38).
  6. Paulus zegt over de manier van dopen o.a. het volgende: “Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden is opgewekt door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen”.(Col.2:12).
  7. Col. 2:11 en 12 verwijzen ook naar de geestelijke besnijdenis: In Hem (Christus) zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het geloof aan de werking Gods.”
  8. Paulus zegt in Rom. 2:28-29:”Want niet hij is een Jood, die het uiterlijk is, en niet dát is besnijdenis, wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt, maar hij is een Jood, die het in het verborgen is, en de (ware) besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter. Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van God.
Uit de voorgaande Bijbelgedeelten mogen wij m.i. twee conclusies trekken, namelijk:

  1. De doop dient het gevolg te zijn van een beslissing van de dopeling als uiting van zijn persoonlijke erkenning, dat Jezus de Christus is.
  2. Om tot uitdrukking te brengen, dat in Christus de oude mens is begraven en de nieuwe mens in Hem opstaat, verdient de doop door onderdompeling duidelijk de voorkeur.

Col. 2:11 is zeker geen rechtvaardiging voor de kinderdoop als vervanging voor de besnijdenis aan het vlees, maar legt juist het verband tussen een verandering van het hart en de doop in plaats van tussen de besnijdenis en de kinderdoop.
Is het brengen van pasgeboren kinderen in de gemeente des Heren dan verkeerd?
De ouders van Jezus brachten Hem naar de tempel om Hem de Here voor te stellen (Lucas 2:22). Volgens het volgende vers zou dit alleen hoeven voor de eerstgeborene van het mannelijke geslacht (ook van de dieren?).
Persoonlijk vinden wij het een goede zaak om als ouders, net als Jozef en Maria, je kind in de gemeente te brengen en samen met de gemeente aan God te vragen, of Hij wil helpen bij de opvoeding van het kind aangaande de juiste weg, die de Schrift wijst. Maar om het gebruik van enkele druppels water de naam doop te geven, terwijl de dopeling daar geen enkele invloed op heeft, heeft volgens mij geen enkele Schriftuurlijke grond. O.i. had de gereformeerde predikant, die zich tijdens een zondagse prediking over de kinderdoop liet ontvallen, dat hij de kinderdoop niet op de Schrift kon funderen en dat volgens de Bijbel de gemeente een dag te laat in de kerk zat, volkomen gelijk. Op dat moment werd hetgeen de man over de doop verkondigde, gedegradeerd tot een verhaal, omdat de enige basis voor ons geloof moet zijn: Er staat geschreven, zonder toevoegingen en of weglatingen. (o.a. Openb. 22:18,19; Jesaja 8:20; Gal. 1:8)

De eindconclusie in twee zinnen:

  1. De doop door onderdompeling is het gevolg van de wedergeboorte.
  2. De wedergeboorte is zeker niet het gevolg van het opdragen van een kind aan God, bij welke gebeurtenis enkele druppels water worden gesprenkeld.