Op 20 juni 2011 werd in Brussel een Europese Alliantie ter bescherming van de zondag opgericht. Met dit initiatief willen Europese vakbonden (waaronder FNV Bondgenoten), kerken, gezinsverenigingen en kerkelijke organisaties, onder wie de Commissie van Europese Bisschoppenconferenties en de Raad van Europese Kerken ertoe bijdragen dat de zondag als gemeenschappelijke rustdag in de hele Europese Unie wordt beschermd.

De bescherming van de zondag moet volgens de organisaties de hoeksteen worden van een sociaal Europa, met rechtvaardige en menswaardige arbeidstijden, dit sociale Europa moet ook meer aandacht krijgen voor de gezondheid en veiligheid van arbeiders; een sterker evenwicht tussen werk en gezin; waardering en het scheppen van meer mogelijkheden voor vrijwilligerswerk, en het inbouwen van voldoende rustpauzes. De alliantie gaat deze aandachtspunten in de toekomst ook bepleiten bij de Europese instellingen. Het initiatief wordt ondersteund door een website:
www.europeansundayalliance.eu
Wie kan de gedachte bestrijden dat ieder mens baat zou hebben bij een wekelijkse dag voor rust en ontspanning? Dit is een goed streven. Maar het is gevaarlijk om de zondag tot de officiële rustdag voor iedereen in heel de EU te verklaren. Zoals we kunnen zien uit de
lijst van deelnemers aan de alliantie wordt de beoogde rustdag niet alleen gesteund door maatschappelijke organisaties, maar ook door de kerken. De kerken zoeken met behulp van vakbonden etc. de steun van de staat om hun godsdienst te ondersteunen. Dit is een herhaling van de geschiedenis.
“Toen de eerste gemeente verdorven werd door af te wijken van de eenvoudigheid van het evangelie en heidense riten en gewoontes aanvaardde, verloor zij de geest en de kracht Gods; en om de gewetens van het volk te beheersen, riep zij de hulp in van de wereldlijke macht. Het resultaat was het pausdom, een kerk die de macht van de staat beheerste en haar gebruikte ter bevordering van haar eigen doeleinden, in het bijzonder ter bestraffing van ‘ketterij’.
Het was afval die de eerste kerk ertoe leidde om de hulp van de burgerlijke regering in te roepen, en op deze wijze de weg bereidde voor de ontwikkeling van het pausdom – het beest. Paulus zei: Er zal afval komen en de mens der wetteloosheid zal zich openbaren. Afval in de kerk zal dus de weg bereiden voor het beeld van het beest. De Bijbel verklaart dat er voor de komst van de Heer een toestand van godsdienstige achteruitgang zal heersen die gelijkt op die in de eerste eeuwen.” G.S. 411, 412
Dies Domini – “de dag des Heren”

In 1998 schreef paus Johannes Paulus II een apostolische brief over de zondag. Dit was de eerste brief ooit door een paus geschreven, die alleen over de zondag handelde, voor zover we dat na kunnen gaan. De inhoud van deze apostolische brief kan als volgt worden samengevat:

1. De zondag is een dag van aanbidding, een dag van godsdienstige bezigheden, en het hoogtepunt van de dag is de mis.
2. Ten tweede is de zondag de rustdag. Nu schreef de paus over deze twee leidende gedachten in de brief:
1. Alleen de kerk kan van de zondag een dag van aanbidding maken
2. Alleen de staat kan van de zondag een dag van rust maken door de wetgeving.
Wij lezen in deze apostolische brief het volgende:

Verder moeten wij niet uit het oog verliezen dat in onze tijd voor velen werk, harde slavernij betekent, hetzij op grond van harde arbeidsvoorwaarden en de opgelegde arbeidstijden, in het bijzonder in de armste landen op de wereld, of omdat zelfs in de economisch hoogontwikkelde landen er teveel gevallen van ongerechtigheid en uitbuiting van mensen door mensen bestaan. Als dus de kerk in de loop der eeuwen wetten uitgevaardigd heeft met betrekking tot de zondagsrust, dan had zij in het bijzonder het werk van slaven en arbeiders op het oog, niet omdat het hier ging om minderwaardig werk met het oog op de geestelijke eisen van de praktijken die bij de zondag horen, maar veel meer omdat zij in de allereerste plaats een regeling nodig hadden, die hun last verlichtte en allen veroorloofde om de zondag te heiligen. Onder dit gezichtspunt heeft mijn voorganger Leo XIII in de encycliek Rerum Novarum de zondagsrust omschreven, als het recht van de arbeider dat door de staat gegarandeerd moet worden.”
Hier wordt verklaard dat de zondagsrust door de staat gegarandeerd moet worden. Nogmaals, de hele brief heeft eigenlijk maar twee stellingen.

1. de zondag is een dag van aanbidding door de kerk

2. de zondag is een dag van rust vanwege de staat
De kerk moet haar plicht doen om de aanbidding te bevorderen, de staat moet eveneens haar plicht doen om de rust te bevorderen door de wetgeving. In deze paragraaf van de apostolische brief richt de paus zich tot de georganiseerde arbeidersbeweging en beweert dat de zondagswet een sociaal goed is dat bevorderd moet worden en niet verloren mag gaan.
Om dit gezichtspunt van de paus nog eens te benadrukken volgt hier een citaat uit de sociale encycliek van Johannes Paulus II: “Honderd jaar Rerum Novarum”.

“Aan deze rechten voegt Leo XIII er in verband met de rechten van de arbeider nog het volgende aan toe, waaraan ik herinneren wil, ook vanwege de betekenis die het heeft en die de laatste tijd aan waarde toegenomen is. Het is het recht op de vrije uitoefening van de godsdienstige plichten. De paus verkondigt het nadrukkelijk in samenhang met de rechten en plichten van de arbeider. Hij doet dat in weerwil met de ook in zijn tijd wijdverbreide mening, dat bepaalde vragen uitsluitend in de privésfeer van het individu vallen.

Hij bevestigt de verplichte zondagsrust, die het de mensen mogelijk maakt de gedachten te richten op het hiernamaals, en die het mogelijk maken dat de mens zijn plichten vervult met betrekking tot zijn verering tegenover God. Dit recht dat gefundeerd is op een gebod kan de mensen door niemand ontnomen worden. .. de staat moet de arbeider de uitoefening van dit recht zeker stellen.”
De vakbonden moeten de zondagsrust bevorderen

Wanneer we enkele argumenten voor de zondag in de apostolische brief ‘Dies Domini’ vergelijken met de argumenten die gebruikt worden door de alliantie ten behoeve van de zondag als rustdag, zien we dat ze overeenkomen.
De alliantie: Op zondag kunnen ouders en kinderen tijd met elkaar doorbrengen. De scholen zijn dan gesloten. Volgens de EU Richtlijn voor de Bescherming van Jonge Mensen op de Werkvloer, is zondag al de erkende rustdag voor kinderen en jongeren binnen de EU. Evenzo maken lange of onregelmatige uren het moeilijk voor werknemers om zich te verheugen in een goed gezinsleven en werkverplichtingen af te stemmen op verplichtingen ten opzichte van kinderen en anderen die aan zijn zorg zijn toevertrouwd.

De alliantie beroept zich op de traditie en de reeds heersende situatie, om de zondag als dag van rust naar voren te schuiven.
De brief: Eeuwenlang beleefden de christenen de zondag alleen als een dag van aanbidding, zonder dat daaraan ook de betekenis van de sabbatsrust verbonden was. Pas in de 4e eeuw was het de wetgever van de Romeinse staat, die het wekelijks terugkerende ritme erkende en proclameerde dat op “de dag van de zon”, de rechters, de bevolking van de steden, en de verschillende ambachten rusten zouden. De ‘christenen’ verheugden zich , dat daardoor de hindernissen weggedaan werden, die het houden van de dag des Heren menigmaal tot een heldendaad verheven had. Nu konden zij zich ongehinderd wijden aan het gemeenschappelijk gebed.”
Hier hebben wij het argument van de paus vanuit de traditie en de reeds heersende situatie in de 4e eeuw. En de paus heeft gelijk als hij zegt dat de Romeinse keizer de zondag tot rustdag heeft gemaakt door wetgeving. Door de zondag werden op deze manier kerk en staat met elkaar verbonden. Dat zijn historische feiten.
De alliantie: Alleen een wekelijkse goed beschermde, algemene, werkvrije dag stelt de burgers in staat om volledig deel te nemen aan het culturele, sportieve, sociale, en godsdienstige leven, en te streven naar culturele verrijking en geestelijk welzijn, en zich bezig te houden met vrijwilligerswerk en sociale activiteiten. Zonder deze dag komen al deze vormen van sociale wisselwerking en tijdsbesteding in gevaar.
De werkvrije zondag moet iedereen in staat stellen volledig deel te nemen aan het culturele en godsdienstige leven.
De brief: In vele delen van de wereld tekent zich een toestand af die wij zouden kunnen noemen ‘het christendom in de diaspora’. Deze toestand wordt gekenmerkt door een situatie van verstrooiing waarin het voor de volgelingen van Christus niet meer mogelijk is om hun onderlinge contacten te onderhouden zonder moeilijkheden. Zij ondervinden ook niet meer de steun van de structuren en tradities die eigen zijn aan de christelijke cultuur. In deze problematische toestand is de mogelijkheid om op zondag samen te komen met broeders in het geloof, om de gaven der broederlijkheid uit te wisselen, een onmisbare hulp.
Hier wordt onze westerse maatschappij aangesproken. Daar bevindt zich een christendom in de ‘diaspora’, in de verstrooiing. Waarom? Omdat zij niet meer de ondersteuning ondervindt van de structuren en tradities die eigen zijn aan de christelijke cultuur. De ‘structuren’ zoals hier bedoeld, is de verbinding van kerk en staat die de zondag tot een rustdag maakt. De ‘tradities’ die bij de christelijke cultuur horen is de zondag als dag van aanbidding. De kerk in het westen is liberaal. Zolang de kerk liberaal is en de staat afzijdig staat van de godsdienst, wordt de diaspora steeds groter. Er moet verandering komen. De staat moet rust verschaffen op zondag. Alles wat de zondagsmis in gevaar brengt zoals, sport, werk, winkels die open zijn, de markt, de economie, moet teruggedraaid worden.
Alle hindernissen moeten uit de weg. De 24-uurs economie moet opzij gezet worden. “Het is verbazingwekkend hoe sluw de rooms-katholieke kerk te werk gaat. Ze weet van tevoren wat er zal gebeuren. Ze wacht haar tijd af, nu ze ziet dat de protestantse kerken haar erkennen door hun aanvaarding van de valse sabbat en reeds alle nodige voorbereidingen treffen om de zondagsheiliging aan allen op te leggen met dezelfde middelen die zij in het verleden heeft gebruikt. Zij die het licht der waarheid verwerpen, zullen de hulp inroepen van deze zogenaamd onfeilbare macht om een katholieke instelling wettelijk verplicht te stellen. Het ligt voor de hand dat Rome de protestanten heel graag te hulp zal snellen. De katholieke leiders weten immers beter dan wie ook hoe men degenen die de kerk niet willen gehoorzamen moet aanpakken.” GS 534.
“Gods Woord heeft ons gewaarschuwd voor het dreigend gevaar. Als de protestanten niet willen luisteren zullen ze de doelstellingen van Rome pas ontdekken wanneer het al te laat is om aan de valstrik te ontkomen. Ongemerkt groeit de
macht van Rome. Haar leerstellingen oefenen hun invloed uit in parlementen, in kerken en in de harten van de mensen. Overal trekt ze haar hoge, massieve structuren op, waarin in alle stilte de vervolgingen van het verleden zullen worden herhaald. Ze gaat voorzichtig en in het geheim te werk om haar positie te verstevigen zodat ze haar eigen doelstellingen kan verwezenlijken wanneer de tijd gekomen is om toe te slaan. Ze wenst een zo gunstig mogelijke positie te verwerven en die wordt haar al gegeven. Het zal niet lang meer duren of wij zullen merken wat de opzet van Rome is. Allen die het Woord van God zullen geloven en gehoorzamen, zullen zich daardoor verdrukking en vervolging op de hals halen.” GS 535, 536.
Ja, de zondag komt!
“God heeft geopenbaard wat in de laatste dagen zal plaatsvinden, zodat Zijn volk voorbereid zal zijn om de storm van tegenstand en woede te kunnen weerstaan. Zij die gewaarschuwd zijn voor de gebeurtenissen die op komst zijn, moeten
niet rustig de naderende storm afwachten, en zich troosten met de gedachte dat de Heer Zijn getrouwen zal beschermen in de tijd der benauwdheid. Wij moeten zijn als dienaren die hun Meester verwachten, niet in ijdele afwachting, maar
hard werkend en met een onwankelbaar geloof. Het is nu niet de tijd om toe te staan dat onze gedachten worden ingenomen door zaken van ondergeschikt belang. Terwijl de mensen slapen, is Satan druk bezig om de zaken zo te regelen dat Gods volk niet op recht of genade hoeft te rekenen. De zondagsbeweging doet nu haar werk in het duister. De leiders verhullen waar het echt om gaat, en velen die zich bij deze beweging aansluiten doorzien zelf niet de achterliggende gedachte, en welke richting deze opgaat. De voorstanders geven voor een gematigde instelling te hebben en zijn schijnbaar christenen, maar wanneer de beweging zal spreken zal zij de geest van de draak openbaren.”
Dan geeft Ellen White aan hoe we ons moeten voorbereiden:
“Het is onze plicht alles te doen wat in ons vermogen ligt om het dreigende gevaar af te wenden. Wij moeten trachten vooroordelen weg te nemen door onszelf bij de mensen in het juiste licht te plaatsen
Wij moeten hen duidelijk maken waar het in werkelijkheid om gaat, en een zo effectief mogelijk protest laten horen tegen de maatregelen die de vrijheid van het geweten beknotten.
Wij moeten de Schriften onderzoeken en in staat zijn aan te geven wat de reden voor ons geloof is. De profeet (Daniël) zegt: “De goddelozen zullen goddeloos handelen, en geen der goddelozen zal het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan.” (Getuigenissen voor de gemeente, deel 5, blz. 370)
Marian Pel
(Uit de Hoeksteeen 63, blz.3-6)